Ik heb een vraag
Adresgegevens
Wethouder Jansenlaan 200
3844 DG Harderwijk
0341 - 799 904 Contact Ik heb een vraag
Kind

Spraak- en taalontwikkeling

Op de basisschool wordt er gericht gewerkt aan taalontwikkeling. Je kind leert veel op het gebied van taal, zoals gebeurtenissen navertellen, gedachten en gevoelens in woorden uitdrukken, lezen en begrijpen wat je leest of verhaaltjes schrijven. Als ouder kun je zelf ook veel doen om de spraak- en taalontwikkeling van je kind te stimuleren.

Tussen 4 en 6 jaar

Als je kind 4 jaar is maakt het goede, eenvoudige zinnen. Kinderen kennen op deze leeftijd al veel woorden, maar leren er ook dagelijks nog veel nieuwe bij. Ook is de uitspraak al bijna helemaal goed. Ze verspreken zich nog wel eens als ze veel willen vertellen. Als je kind 5 jaar is, gaat het steeds meer langere zinnen maken en bijvoorbeeld bijzinnen gebruiken met ‘want’, ‘maar’ en ‘omdat’. Kinderen leren nu ook praten over wat eerder is gebeurd (vroeger), wat nog moet gebeuren (toekomst) of over gedachten. Verder gaan ze ontdekken dat er zoiets is als ‘schrift’ en wat je daarmee kunt doen, bijvoorbeeld een kaartje schrijven.

Om de taalontwikkeling te stimuleren, kun je veel met je kind praten, samen rijmen, liedjes zingen, voorlezen en je kind de kans geven om te schrijven. Het hoeven natuurlijk nog geen letters te zijn.

Tussen 6 en 9 jaar

Op deze leeftijd leren kinderen lezen en schrijven. Het is heel belangrijk om te leren lezen. Je kunt je anders niet redden in de maatschappij. Bij alle vakken op school is het nodig om goed te kunnen lezen, ook bij rekenen want veel opgaven staan in het rekenboek in de vorm van een verhaaltje.

Door lezen leren kinderen steeds meer over taal. Hun woordenschat wordt groter en ze vormen steeds langere en betere zinnen. Bovendien leren kinderen door te lezen ook beter nadenken en stimuleert het hun fantasie.

  • Je kind leert niet alleen veel nieuwe woorden, maar ook welke betekenissen een woord heeft. Zo is een bank iets om op te zitten en een plek om geld te halen. Verder leren ze dat verschillende woorden (ongeveer) hetzelfde kunnen betekenen, zoals een bank en een sofa.
  • Belangrijk is dat kinderen ‘diepe’ woordkennis krijgen. Neem het woord ‘appel’. Je kind leert de eigenschappen van een appel: hij is rond, heeft een klokhuis met pitjes en een harde schil. Je kind leert dat een appel hoort bij de categorieën fruit, voeding en levensmiddelen, en dat er allerlei woorden zijn die te maken hebben met appel: appelsap en appelmoes. Er zijn spreekwoorden met appel en nog veel meer. Het ontwikkelen van de woordkennis gaat het hele leven door.
  • Je kind leert een woord dan ook niet door het na te zeggen, maar door ervaringen op te doen in allerlei situaties waarbij het woord wordt uitgesproken.

Tussen 9 en 12 jaar

Vanaf een jaar of 8 is de ontwikkeling van de articulatie voltooid: je kind kan alle klanken nu goed uitspreken. Kinderen leren nu ook de regels van de grammatica steeds beter, al betekent dat niet dat ze die ook allemaal goed toepassen. Vanaf groep 4 krijgt je kind ‘begrijpend lezen’ en gaat het zelf stukjes schrijven. Verder worden de woordenschat, de zinsbouw en de spelling steeds beter. Je kind kan steeds beter vertellen of opschrijven wat het denkt, bedoelt of meemaakt. In deze leeftijd begrijpen kinderen informatie die ze lezen of horen al behoorlijk goed en kunnen ze steeds beter hun mening geven.

 

Goedgekeurde informatie!

Deze informatie is met zorg ontwikkeld door Stichting Opvoeden.nl.

Betrouwbare bron Deze informatie is met zorg ontwikkeld door Stichting Opvoeden.nl.
Hoe kunnen we je helpen? Bel ons op 0341 - 799 904 of stel hier je vraag